Article

08.11.2017

Financiële, operationele of roerende lease?

Wat betekenen deze termen, die vaak door elkaar worden gebruikt, in de praktijk?

Leasing is een contract waarin de verhuurder in ruil voor huurgeld afstand doet van het recht om een goed te gebruiken gedurende een overeengekomen periode. De verhuurder blijft de hele looptijd van het contract de wettelijke eigenaar van de activa. De eigendom van de activa kan aan het einde van het contract al dan niet aan de huurder worden overgedragen. Contracten die vanaf het begin voorzien in de onmiddellijke overdracht van de wettelijke eigendom van de activa aan de klant worden niet als leasingcontracten beschouwd.

Wettelijk kader

Leasing kwam in België op de markt in november 1961. Maar het duurde nog zes jaar voordat leasing een wettelijk statuut kreeg via het Koninklijk Besluit nr. 55 van 10 november 1967.

Dit Koninklijk Besluit is vandaag nog altijd van toepassing. Het geeft leasing de wettelijke benaming "financieringshuur", bepaalt de criteria waaraan de verrichtingen moeten voldoen en voorziet in het principe van een erkenning door de Federale Overheidsdienst Economie voor de beoefening van die activiteit.

Het KB maakt een onderscheid tussen roerende en onroerende leasing.

1. Roerende leasing

  • moet betrekking hebben op kapitaalgoederen die uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden gebruikt
  • de huurder kiest zelf het materieel
  • de looptijd van het leasingcontract stemt overeen met de vermoedelijke economische levensduur
  • de huurprijs moet zo worden vastgesteld dat het bedrag van de investering over de huurtijd wordt afgeschreven
  • de huurder kan eigenaar van het goed worden door de aankoopoptie uit te oefenen

2. Onroerende leasing

  • dient betrekking te hebben op bebouwde onroerende goederen (alleen voor een terrein is dus geen onroerende leasing mogelijk)
  • het leasingcontract moet een vaste looptijd hebben en kan niet worden opgezegd
  • het genot van de gebouwen en van de grond waarop ze zijn opgericht moet door de verhuurder aan de huurder worden toegestaan
  • de huurder kan eigenaar van het goed worden door de aankoopoptie uit te oefenen

Commercieel kader

Er zijn twee leasingformules op de markt:

  1. Financiële lease: dit is de oudste en eenvoudigste formule, omdat er weinig diensten aan verbonden zijn. De formule biedt als voordeel dat de betaling over een bepaalde looptijd kan worden gespreid. Hoewel de verhuurder tijdens de hele looptijd van het contract de wettelijke eigenaar van de activa blijft, profiteert de huurder in de praktijk van de activa alsof hij er de eigenaar van is: hij draagt de risico's en geniet de voordelen die uit de eigendom van de activa voortvloeien.
     
  2. Operationele lease: daaraan zijn vaak allerlei extra diensten verbonden. Naast de administratieve en financiële functies zorgt de verhuurder ook voor de support en het technische beheer van de activa.

Hier draagt de huurder niet de risico's en geniet hij niet de voordelen van de eigendom.

Boekhoudkundig kader

Toen leasing op de Belgische markt verscheen, werden de verrichtingen niet in de jaarrekening van de huurder opgenomen. Hij behandelde die leasingverrichtingen als huurcontracten en boekte de periodieke huurgelden als algemene kosten.
Op die manier nam de onderneming de uit de leasing ontstane verplichtingen niet in haar jaarrekening op en waren haar verbintenissen onderschat.

Op verzoek van onder meer de toenmalige Commissie voor het Bank- en Financiewezen (tegenwoordig de FSMA) werd het Koninklijk Besluit van 8 oktober 1976 uitgevaardigd. Dat wijzigde de boekhoudkundige principes van de leasingverrichtingen. Het bepaalt immers dat de boekhoudkundige verwerking van leaseverrichtingen moet uitgaan van de economische eigendom van het goed (en niet uitsluitend van de wettelijke eigendomsrechten).

Hierdoor is de huurder verplicht om de leaseverrichtingen in zijn balans op te nemen. Dat is echter niet het geval voor leasing van roerende goederen met ankoopopties van meer dan 15% en van bepaalde onroerende goederen.

Article

08.11.2017

Leasing: de checklist

U hebt de stap naar leasing nog niet gezet? Doe de test. Het duurt maar enkele minuten en kan u later heel wat tijd en geld besparen!

Stel uzelf de juiste vragen

  • Hebt u momenteel meerdere ‘klassieke’ financieringen lopen?
  • Hebt u plannen op korte termijn waarvoor u uw liquide middelen moet aanspreken?
  • Wilt u uw materieel (wagens, computers, enz.) regelmatig vernieuwen en houdt u zich liever niet bezig met de verkoop ervan?
  • Wilt u de btw van uw aankoop gespreid betalen?
  • Wilt u bijkomende fiscale voordelen genieten?

Kies de leasing die bij u past

  • Bent u op zoek naar een oplossing die niet op uw balans weegt?
  • Plant u het materieel te kopen nadat het leasingcontract is afgelopen?
  • Wilt u verlost worden van alle administratieve formaliteiten (bestelling, follow-up, onderhoud, enz.)?
  • Zoekt u een ‘all-in formule’ (verzekering, bijstand, enz.)?
  • Wilt u maandelijks/driemaandelijks hetzelfde bedrag betalen, of verkiest u een verhoogde eerste betaling?
  • Voor hoeveel voertuigen (voor professioneel of persoonlijk gebruik) of computers wilt u een leasing aangaan?

Het antwoord op deze vragen geeft uw relatiebeheerder een beter inzicht in uw behoeften, zodat hij of zij samen met u een geschikte leasingformule kan vinden. Aarzel niet om contact op te nemen!

Article

08.11.2017

Leasing: Op de balans? Of niet? En wat met de btw?

Het is niet altijd eenvoudig de weg te vinden in het doolhof van de leasingregelgeving. Een toelichting door onze specialisten.

Kan een onderneming beslissen om de leasing niet in haar balans op te nemen?

Philippe Tilkin, Marketing & Solutions Manager bij BNP Paribas Leasing Solutions:

“Dat hangt af van de gekozen formule. Bij een leasing voor kapitaalgoederen (auto, IT, enz.) zijn er twee mogelijkheden. Ofwel is de aankoopoptie lager dan of gelijk aan 15% van het bedrag van de investering, en dan moet de huurder de lease op zijn balans afschrijven (on-balance leasing). Ofwel is de aankoopoptie hoger dan 15% van het bedrag van de investering, en dan kan hij de lease als algemene kosten in zijn resultatenrekening opnemen. Zo verlaagt hij zijn belastbare winst en dus het belastingbedrag dat hij aan de fiscus verschuldigd is. De verrichting staat dan op de balans van de verhuurder en niet op die van de huurder (off-balance leasing of buiten balans).

Ook voor de leasing van een gebouw zijn er twee mogelijkheden. Ofwel wordt het kapitaal volledig terugbetaald tijdens de looptijd van de leasing (full pay out) en wordt de verrichting dus op de balans geboekt (activering en afschrijving door de leasenemer, schuld op het passief). Ofwel is er geen full pay out (doorgaans bij contracten met een residuele waarde van 10% op het gebouw, verhoogd met de waarde van het terrein als dat in de leasing is opgenomen) en dan wordt de verrichting niet geboekt op de balans (de huurgelden worden beschouwd als kosten).

Ik zeg wel ‘in de zin van de huidige wetgeving’, want de internationale boekhoudregels lijken aan belang te winnen. Het zou dus kunnen dat in de toekomst elke leaseverbintenis op de balans van de huurder moet verschijnen. Maar er is nog niets beslist. En ik deel de mening van de heer Tanguy van de Werve, algemeen directeur van Leaseurope (beroepsvereniging die de Europese leasesector vertegenwoordigt). Volgens hem zou het zeer riskant zijn om te raken aan het huidige boekhoudmodel van leasing, zeker in een context waarin de Europese politieke gezagsdragers de toegang tot productieactiva willen bevorderen om de groei te boosten.”

En wat doet ze met de btw?

P. Tilkin: “Via leasing kunnen btw-plichtige ondernemingen de btw voorfinancieren en vervolgens spreiden over de hele looptijd van het contract. Bovendien kunnen zij de btw op de huurgelden en op de interesten in die huurgelden terugvorderen. En als de onderhouds- en herstellingskosten ten laste zijn van de huurder, dan is daar ook terugvorderbare btw op verschuldigd.”

Marc Melis, Commercieel Directeur bij Arval: “Wat voertuigen betreft, is één van de voordelen van operationele leasing dat de klant slechts een deel van de btw betaalt, berekend op het verschil tussen de initiële investering en de residuele waarde van het voertuig aan het eind van het contract. De btw-plichtige bedrijven kunnen een deel van de btw recupereren die is betaald op hun maandelijkse huurgelden. Die recuperatie verloopt via de btw-administratie, die sinds januari 2013 diverse methodes heeft ingevoerd om de recuperatie te bepalen in functie van de verhouding tussen het beroeps- en privégebruik (met een maximum van 50%).”

P. Tilkin: “Voor onroerende leasing moeten we een onderscheid maken tussen recente of op te richten gebouwen waarop btw van toepassing is – en dus terugvorderbaar, in zoverre de leasenemer een belastingplichtige met recht op aftrek is – en oude gebouwen die niet onder het btw-stelsel vallen. Er moet dan geen btw worden betaald op de huurgelden.”

Article

23.12.2021

Elektrische wagens worden stilaan de norm

Vanaf 2026 geldt enkel nog voor elektrische bedrijfswagens een gunstig fiscaal regime. Een belangrijke stap naar een meer duurzame mobiliteit. En een extra reden om voluit te gaan voor de vergroening van uw wagenpark.

De evolutie naar een vergroening van bedrijfswagens is nu ook wettelijk vastgelegd. Door een aantal fiscale verschuivingen worden elektrische bedrijfswagens of e-wagens voortaan de meest interessante keuze. Het ideale moment om vandaag al werk te maken van de elektrificatie van uw wagenpark.

De fiscale aftrekbaarheid van nieuw bestelde niet-emissievrije voertuigen (diesel-, benzine- maar ook hybride wagens) zal geleidelijk uitdoven. Die voor emissievrije voertuigen (puur elektrische wagens of wagens op waterstof) bedraagt tot 2026 100%. Nadien zal ook die aftrekbaarheid geleidelijk afnemen om in 2031 op 67,5% uit te komen.

Elektrisch rijden is niet alleen fiscaal interessanter

Voor elektrische wagens geldt vandaag al een fiscale aftrekbaarheid van 100%. En toch kleuren de meeste wagenparken nog niet echt groen. Een van de redenen hiervoor is dat de aankoopprijs van een elektrische of hybride wagen gevoelig hoger ligt dan die van een vergelijkbare wagen met een verbrandingsmotor. Al is er door het marktmechanisme een evolutie merkbaar en liggen de prijzen ondertussen al minder ver uit elkaar.

Toch is de aankoopprijs niet de enige factor om rekening mee te houden. U kijkt beter naar de zogenaamde TCO of Total Cost of Ownership. Daarin zitten alle te verwachten kosten. Denk aan het verbruik, het onderhoud, de CO2-bijdrage en de fiscale aftrekbaarheid. En die vier elementen zijn allemaal gunstiger voor elektrische wagens. Als niet langer de aankoopprijs, maar wel de TCO de maatstaf wordt, dan is een groene vloot e-wagens in de toekomst de meest voordelige keuze voor uw bedrijf.

Geleidelijke switch

Het fiscaal regime voor wagens die rijden op fossiele brandstof zal niet van de ene op de andere dag veranderen. Al is elektrisch rijden de toekomst en is het duidelijk tijd voor een nieuwe mobiliteit.

  • Tot en met 30 juni 2023
    Voor bedrijfswagens die vóór 1 juli 2023 besteld worden, blijven de huidige voorwaarden rond aftrekbaarheid gelden. Voor bedrijfswagens die operationeel geleased of gehuurd worden en waarvan de economische eigendom niet wordt overgedragen, wordt gekeken naar de afsluitingsdatum van het lease- of huurcontract. De kosten van een diesel-, benzine- of hybride wagen blijven 50 tot 100% aftrekbaar, die van elektrische wagens 100%.
  • Vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025
    Voor niet-emissievrije voertuigen die besteld worden vanaf 1 juli 2023 t.e.m. 31 december 2025 geldt een overgangsperiode en dooft de aftrekbaarheid geleidelijk uit. Van maximaal 75% in 2025, naar 50% in 2026, 25% in 2027 tot uiteindelijk 0% aftrekbaarheid in 2028. Vanaf 2025 wordt de minimale aftrekbaarheid van 50% afgeschaft. Ook de CO2-bijdrage voor deze wagens zal jaarlijks gevoelig verhogen. Emissievrije wagens blijven 100% aftrekbaar.
  • Vanaf 1 januari 2026
    Niet-emissievrije voertuigen die vanaf 1 januari 2026 besteld worden, zijn niet meer aftrekbaar. Enkel emissievrije voertuigen, zoals elektrische wagens, zijn dan nog 100% aftrekbaar. Maar ook dat gunstregime wordt de jaren nadien stap voor stap afgebouwd. Naar 95% voor voertuigen besteld in 2027, 90% in 2028, 82,5% in 2029, 75% in 2030 tot uiteindelijk 67,5% in 2031.
  • Plug-in hybrides (PHEV)
    Voor een plug-in hybride (PHEV) besteld vanaf 1 januari 2023 wordt de fiscale aftrekbaarheid van benzine- en dieselkosten begrensd op 50%. De elektriciteits- en andere kosten vallen niet onder deze beperking. Deze maatregel wil het gebruik van elektromotoren en PHEV stimuleren. Voor het overige blijft de PHEV de regels voor niet-emissievrije voertuigen volgen.

En voor uw werknemers?

Als u een bedrijfswagen toekent die uw werknemer ook privé mag gebruiken, dan wordt dat voordeel belast op een forfaitair voordeel van alle aard (VAA) dat afhangt van de cataloguswaarde, CO2-uitstoot en het type brandstof. Het statuut van de bedrijfswagen als alternatieve verloning blijft gevrijwaard tot na 2030. Er verandert voorlopig dus niets aan het VAA van de bedrijfswagen ten aanzien van de werknemer. Hoewel elektrische voertuigen doorgaans een hogere catalogusprijs hebben, kan de nul-uitstoot het verschil compenseren en in vele gevallen voordeliger uitdraaien voor uw werknemer.

Wat met opladen?

Om uw werknemers optimaal gebruik te laten maken van een elektrische wagen, kunt u een laadpaal laten installeren bij hen thuis, indien dat mogelijk is. Zowel het toestel als de installatie bij uw werknemer zijn 100% fiscaal aftrekbaar en voor hem of haar is er geen extra belastbaar voordeel.

Als onderneming geniet u onder bepaalde voorwaarden van een verhoogde kostenaftrek voor de installatie van laadstations op uw bedrijfsterrein. Die bedraagt 200% voor investeringen uitgevoerd in de periode vanaf 1 september 2021 t.e.m. 31 december 2022 en 150% voor afschrijvingen met betrekking tot investeringen gedaan in de periode vanaf 1 januari 2023 t.e.m. 31 augustus 2024. Een voorwaarde is wel dat het laadstation lineair afgeschreven wordt over minstens 5 belastbare tijdperken en dat ten vroegste vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbaar tijdperk in de loop waarvan het laadstation operationeel en publiek toegankelijk is.

Schakel over naar een elektrische vloot

Naast een gunstige fiscaliteit zijn er nog heel wat andere uitstekende redenen om vandaag al te kiezen voor elektrische wagens.

  • Het is een milieuvriendelijke oplossing die leidt tot 17 à 30% minder CO2-uitstoot dan de uitstoot door ICE-voertuigen (Internal Combustion Engine of auto’s aangedreven door fossiele brandstof) gedurende de hele levenscyclus van het voertuig.
  • Vandaag is al een breed gamma nieuwe modellen op de markt en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen.
  • De meeste nieuwe modellen hebben nu al een rijbereik van 300 tot 600 km.
  • Voordelige Total Cost of Ownership (TCO).
  • Elektrisch rijden is aangenaam en veroorzaakt veel minder straatlawaai.
  • Openbare laadinfrastructuur is in volle expansie.
  • Toegang tot lage emissiezones en steden die dieselvoertuigen verbieden.

In een hedendaags verantwoord vlootbeheer staat duurzaamheid centraal. Wacht niet langer om uw wagenpark te elektrificeren en verlaag zo de ecologische voetafdruk van uw bedrijf. Onze mobiliteitspartner Arval helpt u bij de vergroening van uw wagenpark en ondersteunt u bij uw transitie naar elektrische voertuigen.

Ontdek al onze oplossingen of praat erover met uw relatiebeheerder.

Article

10.02.2021

Wat met de mobiliteit na de coronacrisis?

De gezondheids- en economische crisis heeft alle sectoren in al hun aspecten getroffen. Onder meer de mobiliteit, zowel voor particulieren als voor bedrijven.

De mobiliteit evolueert elke dag. En deze evolutie is met de coronacrisis in een hogere versnelling geraakt. Heel wat mensen werden geïsoleerd en telewerken werd de norm in een groot deel van de wereld.

De coronacrisis heeft de bezorgdheden op het vlak van transport veranderd

Vanaf nu verplaatsen we ons niet langer op dezelfde manier. En onze bekommernissen zijn ook niet meer dezelfde. Volgens een rapport van BCG Consulting zijn de fysieke afstand en de netheid van het voertuig het belangrijkst voor respectievelijk 41 en 39% van de respondenten wanneer ze een transportmiddel moeten kiezen. Er is ook het fenomeen van de pre- en postcoronamobiliteit, aangezien de respondenten nu meer dan vóór de crisis geneigd zijn om te voet te gaan of hun eigen fiets, scooter of wagen te gebruiken.

Duurzame en alternatieve mobiliteit in de komende jaren

Het is niet zo dat de mobiliteit gewacht heeft op de coronacrisis om te evolueren. Het aandeel milieuvriendelijke voertuigen zal blijven toenemen, steeds volgens dezelfde verhouding. Tegen 2035 zullen de elektrische auto's meer dan 35% uitmaken van het aandeel nieuwe voertuigen en zal elektriciteit wereldwijd de overheersende aandrijfkracht zijn. Het aandeel zelfrijdende wagens zal ook toenemen, met 10% voertuigen van niveau 4 (die zich bijvoorbeeld zonder bestuurder kunnen verplaatsen) en 65% van niveau 2 of hoger.

Mobiliteit op maat van de werknemers, vanaf nu

De toekomst van de mobiliteit speelt ook vandaag al, met name voor de ondernemingen en de zelfstandigen. De noodzaak aan alternatieve verplaatsingsmiddelen is niet alleen voelbaar bij particulieren maar ook bij werknemers. Er is geen enkel vervoermiddel meer dat bij elke situatie past, maar we hebben wel een waaier aan mogelijkheden, afhankelijk van de behoefte van het moment. Elektrische wagens, hybride wagens, elektrische fietsen, een abonnement voor het openbaar vervoer, autodelen, leasing ...  Deze middelen kunnen verschillende vormen aannemen en bijvoorbeeld worden gecombineerd in een mobiliteitskaart. Voordelig voor de medewerkers en managers van een onderneming, maar ook voor de samenleving zelf dankzij de kostenbesparing, de optimalisatie en het beheer van het wagenpark.

Meer weten over duurzame en alternatieve mobiliteit voor u en uw medewerkers?
Ontdek onze mobiliteitsoplossingen op maat

Discover More

Contact
Close

Contact

Klachten

Zou u onderstaande vragen kunnen beantwoorden? Zo kunnen wij uw aanvraag sneller en op een meer geschikte manier behandelen. Alvast bedankt.

U bent zelfstandige, oefent een vrij beroep uit, start of leidt een kleinere, lokale onderneming? Ga dan naar onze website voor professionelen.

U bent particulier? Ga dan naar onze website voor particulieren.

Is uw onderneming/organisatie klant bij BNP Paribas Fortis?

Mijn organisatie wordt bediend door een Relationship Manager:

Uw boodschap

Typ de code die in de afbeelding wordt getoond:

captcha
Check
De Bank verwerkt uw persoonsgegevens overeenkomstig de Privacyverklaring van BNP Paribas Fortis NV.

Bedankt

Uw bericht is verzonden.

We antwoorden u zo snel mogelijk.

Terug naar de huidige pagina›
Top